In dit huis, Oosterstraat 21, woonden Salomon van der Hal en zijn gezin. 

Vader Salomon Hartog, die Sallie werd genoemd, was slager. Hij werd geboren op 24 juli 1901 en was een neef van Benjamin Broekema, die bij hem om de hoek woonde. De slagerij bevond zich achter het huis. Sallie's oom Jesaja van der Hal, die ook slager was, woonde met zijn gezin en zijn broer Hartog aan de Torenweg, op nummer 4.

Op 10 juli 1942 moest Salomon naar Westerbork. Zijn hoogzwangere vrouw en hun twee oudste kinderen bleven nog in Warffum. Op 16 juli 1942 werd Sallie op de trein gezet naar Auschwitz, waar hij op 18 augustus 1942 werd vermoord. Drie dagen daarna werd in Warffum zijn jongste kind, Victor Salli geboren. 

Sallie was getrouwd met Selma van Dam, die op 27 juli 1908 geboren was. Ze kregen drie kinderen: Rosa Geertje, geboren op 10 maart 1934, Comprecht, geboren op 14 januari 1940 en Victor Salli, geboren op 15 augustus 1942.

Vier maanden na het vertrek van vader Sallie moest ook de rest van het gezin naar Westerbork. In mei 1943 overleed daar de toen negen maanden oude baby Victor Salli. Moeder Selma werd met Rosa en Comprecht op 13 juli 1943 op transport gezet naar Sobibor, waar ze op 16 juli 1943 werden vermoord. 

Hier de advertentie van de verloving van Sallie en Selma, verschenen in het Nieuwsblad van het Noorden. 

En hier de advertentie, ook in het Nieuwsblad van het Noorden, ter gelegenheid van de geboorte van dochter Roza Geertje.

Ook voor Comprecht werd een advertentie geplaatst:

Voor de jongste, Victor Salli, verscheen er geen advertentie bij de geboorte. We vonden echter wel een document waarin hij wordt genoemd. De kleine Victor ligt dan in het ziekenhuis in Assen en kan niet worden vervoerd. Dat moest hem vrijwaren van deportatie naar het Oosten...

Die vrijwaring heeft Victor niet kunnen redden: zijn moeder Selma heeft op 2 juni !943 in Westerbork aangifte gedaan van het overlijden van haar jongste kind.